Huismus – Passer domesticus

 

Jonge huismussen, 2e legsel.

De mussen broeden van eind maart tot half augustus.

En heeft 2 tot 3 legsels in deze periode met 4 tot 6 eieren.

Het broeden duurt 11 tot 12 dagen.

De jongen blijven 17 dagen op het nest en worden na het uitvliegen

nog 1 tot 2 weken gevoerd.

 

Klik op foto voor vergroting.

 

 

Advertenties

Wortelhoutspanner – Eulithis prunata ( Oud Nederlandse naam grote bessenspanner )

 

Wortelhoutspanner

De wortelhoutspanner is een nachtvlinder

uit de familie van de spanners.

De vlinder heeft een spanwijdte van 37 tot 42 millimeter en is

daarmee een grotere vlinder in deze familie.

De vliegtijd van de vlinder is van juni en tot en met augustus.

Waardplanten komen uit de ribesfamilie.

De soort overwintert als ei.

De vlinder komt vooral voor in bosrijke gebied en tuinen.

In Nederland en België is de soort algemeen.

Info: Wikipedia

 

Klik op foto voor vergroting.

 


 

Buizerd – Buteo buteo

 

Buizerd – Buteo buteo

Vanmorgen weer naar Meijendel geweest en op onze vaste plekje

ontbeten en genoten van alle vogelgeluiden.

Langzaan rijdend met de scootmobiel verder gegaan.

Toen er een buizerd wegvloog van zijn uitkijkpost

scheerde hij rakelings over mij heen.

Deze heeft ons vaker verrast dus hielden we er al rekening

mee dat hij in de buurt kon zitten.

Achter ons ging hij op een kale tak zitten niet bepaald een

gunstige plek voor een foto.

Na een paar minuten ging hij verderop tussen de bomen zitten

op een mooi plekje om hem te fotograferen.

We konden maar een paar foto’s maken toen hij werd opgeschrikt door

twee luid kwebbelende dames en ja dan gaat hij er weer vandoor.

Klik op de foto voor vergroting.

 

 

Groenling -Chloris chloris

 

Groenling (Juv.)

Als er jonge vogels in de tuin zitten zijn de ouders vaak niet ver weg.

Deze jonge Groenling was dan ook niet alleen.

Pa is er ook bij en houd mij in de gaten.

Klik op de foto voor vergroting.

 

Koolmees – Parus major

 

Koolmees (Juveniel)

Dit jaar weer geen mezen in de nestkast er hangen er

erg veel in de buurt dus de kans is 1 op heel veel.

Maar ze weten de tuin wel te vinden om te eten en dat is ook leuk.

 

Klik op foto’s voor vergroting.

 

 

Zwartpootsoldaatje -Cantharis fusca Linnaeus, 1758

 

Zwartpootsoldaatje

Dit is de Cantharis fusca Linnaeus, 1758

Nederlandse naam: Donker soldaatje, Bruin soldaatje,

Gewone weekschildkever, Zwart soldaatje, Bruine weekkever,

Sint-jansvlieg en Zwartpootsoldaatje.

 

Om hem te onderscheiden van de andere zwarte soldaatjes moet je kijken

naar de combinatie van de volgende kenmerken:

De dekschilden en pootjes zijn geheel zwart.

Het allereerste gedeelte van de voelsprieten is oranje, de rest is zwart.

Het nekschild is zwart, behalve de randen die zijn oranje .

Het zwart kan echter ook beperkt zijn tot een variabel vlekje.

Tenslotte is de achterlijfspunt oranje tot rood.

En meestal steekt die iets achter de dekschilden uit, en is dan goed zichtbaar.

Deze soort wordt 10 tot 16 mm lang.

De volwassen zwartpootsoldaatjes zie je het meest in mei en juni.

Ze zitten vaak opvallend bovenop bloemen of bladeren.

Ze houden ervan om een zonnebad te nemen en zijn bijna overal te zien:

bij bosranden, in bermen en weilanden.

De larven verschijnen vanaf juni ze zijn bedekt met zwarte haren.

Zowel de larven als de volwassen kevers jagen op allerlei kleine insecten.

 

Info: https://www.gbif.org/species/124613136

en

https://www.gardensafari.nl/dutch/picpages/cantharis_fusca.htm

 

Klik op foto voor vergroting.

 

Gewone Schorpioenvlieg – Panorpa communis

 

Gewone Schorpioenvlieg

Schorpioenvliegen behoren tot een zeer kleine insectenorde.

In Europa komen maar zo’n 30 soorten voor.

Waar de naam vandaan komt is duidelijk:

de mannetjes hebben een schorpioenachtige punt aan het achterlijf.

De vrouwtjes hebben een achterlijf dat gewoon eindigt in een punt.

Schorpioenvliegen leven meestal van rottende planten en fruit,

maar zuigen ook wel dode insecten uit.

Ondanks de naam hebben schorpioenvliegen niet veel met echte vliegen te maken:

zij hebben twee paar vleugels, waar vliegen maar één paar bezitten.

Twee soorten schorpioenvliegen komen in Nederland heel erg veel voor:

Panorpa communis en Panorpa vulgaris.

Zowel de wetenschappelijk naam communis als vulgaris betekenen gewoon, algemeen.

Waarom nu juist deze de “gewone” schorpioenvlieg wordt genoemd is dan ook een raadsel.

Meer over de Schorpioenvlieg kan je vinden op:

https://www.gardensafari.nl/dutch/sprinkhanen.htm

even naar beneden scrollen.

 

Klik op foto voor vergroting.

Roodkopvuurkever – Pyrochroa serraticornis

 

Roodkopvuurkever

De roodkopvuurkever is een soort die algemeen in Nederland en België voorkomt

Hij is wel iets zeldzamer dan de zwartkopvuurkever.

De kop en het schild van de vuurroodkever zijn rood, buik poten en antennen zijn volledig zwart

Hij is 10 tot 14 millimeter lang.

De voelsprieten van het mannetje zijn gekamd, en van het vrouwtje gezaagd.

Je kan hem vinden op open bosplekken en langs bosranden op bloemen en oude boomstammen.

De larve is afgeplat en heeft 2 doorns op het laatste, verbrede achterlijfssegment.

De larve leeft onder boomschors en jaagt op allerlei andere insecten en larven.

Bij voedselgebrek eten de grote larven de kleinere op.

De ontwikkeling neemt 2-3 jaar in beslag.

 

Klik op foto voor vergrotingt.

 

Bloedcicade – Cercopis vulnerata

 

Bloedcicade op gele lis

Cicaden zijn een groep van insecten die vertegenwoordigd wordt

door ongeveer 40.000 verschillende soorten.

Ze vormen een onderorde die behoort tot de orde van de halfvleugeligen.

Deze cicade dankt de naam aan de zwarte basiskleur en enkele (meestal zes)

grote, bloedrode vlekken op de dekschilden.

Het lichaam is langwerpig en sterk gekield en bij verstoring schiet dit dier weg door

met de krachtige achterpoten omhoog te springen.

Met de vleugels, die onder de dekschilden zitten zweeft de cicade

vervolgens enkele meters om te ontsnappen.

Van vliegen is meestal geen sprake, hoewel deze soort wel vliegt als

bijvoorbeeld het voedsel op is.

Het voedsel bestaat uit plantensappen die met de monddelen worden opgezogen,

liefst grassen maar ook wel andere planten.

Deze soort behoort tot de schuimcicaden, maar de schuimnesten bevinden zich

ondergronds waardoor de nimfen maar zelden worden waargenomen.

Het schuimnest is wat steviger van structuur om de nimf te beschermen

tegen ondergrondse predatoren.

Ook de nimf zuigt plantensappen, maar zuigt deze uit de wortels.

Het vrouwtje legt tegen het eind van de zomer eitjes in planten en bomen

die overwinteren voordat ze uitkomen.

De nimf komt in de lente naar boven om te verpoppen tot imago.

 

Klik op foto voor vergroting.

 


 

Huismus

 

Na het bad.

Veel energie heb ik nog niet, dus maar een foto

uit het archief geplukt.