Mijendel

 

Krooneend – Netta rufina

De oorspronkelijk uit Azië afkomstige krooneend,

is een soort met een uitgesproken voorkeur voor meren met een

rijke oever en onderwatervegetatie.

Aangenomen wordt dat de krooneend naar West-Europa uitweek

omdat de kwaliteit van het oorspronkelijke leefgebied sterk afnam.

De Nederlandse krooneenden brengen de winter in groepen door

op grote open wateren, van het IJsselmeer tot in Zuidwest-Europa.

Het mannetje is te herkennen aan zijn bruinoranje kop,

zwarte borst en de helder koraalrode snavel.

Het vrouwtje heeft verschillende tinten bruin met een lichte wang en hals. .

De snavel van het vrouwtje is voorzien van een rood-roze vlek op de punt.

In vlucht zijn brede witte vleugelstrepen aan de bovenkant van de vleugel zichtbaar

Krooneenden broeden pas sinds 1942 in Nederland.

 

Info: Vogelbescherming.nl

 


 

Wilde Marjolein -Origanum vulgare

 

Wilde Marjolein in Meijendel

Wilde marjolein is een beschermde, sterk geurende, stevige,

overblijvende plant van 30 tot 60 cm hoog.

Ze is vrij algemeen in Zuid-Limburg, plaatselijk vrij algemeen in

Zeeland en de stedelijke gebieden, zeldzaam in het rivierengebied en Utrecht,

Gelderland en Limburg, elders ontbrekend of verwilderd vanuit (moes)tuinen.

De bloeitijd is vanaf juli tot en met september.

De bloeiwijze van wilde marjolein is vertakt en bestaat uit een aantal pluimen

met talrijke kleine roze bloemetjes, waarvan de meeldraden ver buiten de bloem steken.

De pluimen bestaan uit kleine schijnaren, die op hun beurt weer

opgebouwd zijn uit schijnkransen van 2 tot 6 bloemen.

De schutbladen tussen de bloemetjes zijn donker roodpaars gekleurd,

waardoor de bloeiwijzen in het begin van de bloei een afwisselend roze/donker

roodpaars uiterlijk krijgen..

Vanwege de nectar en in mindere mate het stuifmeel worden de bloemetjes door veel vlinders,

vliegen, bijen en hommels bezocht

Wilde marjolein bevat vluchtige oliën, die gebruikt worden voor de behandeling

van verkoudheid, krampen, astma, reuma en gewrichtspijnen.

Info: http://www.wildebloemen.info/index.php

 


 

Duin, Tuin en de Horsten

 

Grote sabelsprinkhaan – Tettigonia viridissima (Meijendel)

Ruim 6,5 centimeter lang (zonder sprieten)


 

Heggenmus – Prunella Modularis

Ze hebben de naam zeer schuw te zijn, maar deze zit elke dag in de border.

Het is een jong beestje en hij/zij vermaakt zich best in de tuin.

En neemt een dagelijks zandbad.


 

Kastanjemineermot (de Horsten)

Mineermotten zijn kleine nachtvlinders.

De rups van de mineermot vreet gangen in bladeren, hierdoor ontstaan bladmijnen.

Bladeren verkleuren bruin en sterven hierdoor af.

De Kastanje Mineermot treedt de laatste jaren fors op, waardoor de boom al medio zomer

bijna in herfsttooi gehuld gaat.

Hierdoor kunnen er geen goede eindknoppen gevormd worden en zal

de boom ieder jaar in vitaliteit achteruit gaan.


 

In de Horsten

 

Landkaartje – Araschnia levana

Een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt.

In de tweede helft van de twintigste eeuw heeft deze soort zich vanuit het oosten

en zuiden over het hele land uitgebreid, tot op de Waddeneilanden toe.

De waardplanten is de Grote brandnetel.

Hij vliegt van af half april-eind juni en begin juli-half september in twee generaties.

De vlinders zoeken vooral ’s morgens en laat in de middag naar nectar.

De mannetjes verdedigen een territorium of maken patrouillevluchten langs een

bosrand; in de middag scholen de mannetjes vaak samen bij een opvallende struik.

Rupsen vid je van eind mei-begin juli en begin augustus-half september.

Jonge rupsen leven in grote groepen bijeen in rupsennesten,

volwassen rupsen leven solitair.

De soort overwintert als pop, hangend aan een stengel in de kruidlaag.

Eiafzetting vindt plaats in de vorm van korte kettinkjes (tot 10 eitjes per streng)

onder brandnetelbladeren

Info: Vlindernet

 


 

Gespot in de tuin

 


Roestbruine bladsprietkever – Serica brunna

De roestbruine bladsprietkever komt af en toe voor als schadelijk in gras.

Er is nog veel onduidelijkheid over de juiste levenswijze van deze soort maar de schade

van de engerlingen in het gras is identiek aan die van de andere soorten.

Deze soort wordt als engerling onder andere gevonden aan de wortels van boomkwekerijgewassen.


 

Inktviszwam – Clathrus archeri

 

Inktviszwam in de Horsten

Nog niet eerder heb ik hem zo vroeg in het jaar gevonden.

Normaal staan er meerdere maar nu slechts één.

Klik hier voor meer informatie.

 

 

Sint Jansvlinder – Zygaena filipendulae

 

St. Jansvlinder op Duinkruiskruid.

De vlinder heeft een zwart lijf, kop, poten, en antennes.

De voorvleugels zijn leigrijs met een sterke groene metaalglans,

met drie groepen van twee rode vlekken op elke vleugel.

De rups is tot 22 mm lang, geel, met zwarte vlekken in drie rijen op elk segment.

De vlinder komt voor in geheel Europa, het gebied rond de Zwarte Zee en de Kaukasus.

In Nederland en België komt de soort wijdverbreid voor en heeft als leefgebied

matig vochtige zandgronden onbemest kruidig grasland.

de waardplanten zijn, rolklaver en gewone klaver.

De vliegtijd is van half juni tot en met begin augustus.

De rups overwintert één maar soms tweemaal en verpopt zich in een cocon,

welke goed zichtbaar tegen een grasstengel of een andere plant is aangebracht.

 


 

Grote Langlijfzweefvlieg (Sphaerophoria scripta)

 

Grote langlijfzeefvlieg

De zweefvliegen uit het geslacht Sphaerophoria (langlijven) zijn allemaal klein,

zwart-geel gestreept en lijken sprekend op elkaar.

Alleen het mannetje op de foto laat zich wat gemakkelijker herkennen,

omdat zijn achterlijf wat langer is dan zijn vleugels zijn.

 


 

Kleine Rode Weekschildkever – Rhagonycha fulva

 

Kleine Rode Weekschildkever (Rood soldaatje)

De kleine rode weekschildkever is met een lengte van 7 tot 10 mm net iets kleiner dan de

meeste van zijn familieleden.

Je zou de soort rustig kunnen betitelen als een echte cultuurvolger, die verzot is op

bosranden en weilanden met veel wilde bloemen, maar ook op wegbermen,

tuinen en slootkanten.

Het is dan ook een zeer algemene, vaak zelfs zeer talrijke soort in geheel Europa,

inclusief de Britse Eilanden, grote delen van Scandinavi‘ en Aziatisch Rusland.

Om al die weekschildkevers uit elkaar te houden, moet je goed letten op de kleuren

van de verschillende lichaamsdelen.

De kleine rode weekschildkever bijvoorbeeld heeft een rood gezicht en ook

de rest van de kop en het halsschild zijn rood.

De dekschilden zijn zwart-rood, behalve aan het eind waar ze bijna geheel zwart zijn.

Ook de pootjes zijn rood, behalve de voetjes: die zijn zwart.

Aan het gedrag van de kevers kun je prima een onweersbui voorspellen: als de diertjes

massaal verhuizen naar de onderkant van blaadjes, dan is er een onweersbui op komst.

Je hoeft je nog niet direct te haasten, want ze verhuizen al uren van te voren!

Info: Gardensafie

 


 

Zonder woorden

 

Zevenstippelig L.H op vergeet mij niet.