Rietorchis in Meijendel

 

Gewone rietorchis – Dactylorhiza praetermissa

De Rietorchis is in ons land een beschermde soort (tabel 2)

Hoewel hij lokaal vrij algemeen kan voorkomen, is het zeker geen algemene soort.

Toch is deze binnen de orchideeënfamilie samen met de Brede orchis

één van de algemenere soorten.

Dit doordat hij toleranter is ten opzichte van stikstof dan de andere soorten

uit het orchideeëngeslacht.

Je treft de Rietorchis in verscheidende biotopen,waaronder veenmosrietlanden,

natte hooilanden, kwelgronden en soms zelfs opgespoten zandvlaktes.

Rietorchis heeft het liefst een zonnige tot licht beschaduwde groeiplaats met een

vochtige bodem en een min of meer neutrale tot matig zure, voedselrijke grond.

Kenmerk van Rietorchis ten opzichte van de erop lijkende Brede orchis is dat

de bloei pas begint als de stengel al hoog gestrekt is.

De Brede orchis komt met een bloemknop uit de grond,

zoals we dat ook wel van een krokus kennen.

Ook valt de bloei van de Rietorchis wat later in het seizoen, zij het dat er een lichte overlap

is tussen de laatste bloeiende Brede orchis en de eerste Rietorchissen,

hieruit kunnen overgangsvromen ontstaan die niet goed meer zijn te onderscheiden.

Rietorchis is een soort die profiteert van ecologisch bermbeheer.

Met name in Zuidwest Nederland zien we een toename van deze soort in de bermen.

 

Info: https://www.heem.nl/

 


 

Groot Populierenhaantje – Chrysomela populi

 

Populierenhaantje in Meijendel

Deze kleine kever is te zien van april tot augustus, en te herkennen aan de

meestal scharlakenrode dekschilden, de rest van het lichaam is zwart.

De dekschilden kunnen ook wat bruiner of geler van kleur zijn,

vooral pas uit de pop gekropen exemplaren zijn lichter.

Vanwege de ronde vorm en het bolle schild lijkt deze soort op een lieveheersbeestjes,

maar hij mist altijd de stippen en wordt iets groter tot 13 millimeter.

Ook is het schild iets langwerpiger en zijn kop en borststuk duidelijker gescheiden.

Er is nog een overeenkomst met lieveheersbeestjes;

bij verstoring wordt een bittere en smerig ruikende vloeistof

afgescheiden die vijanden zoals vogels moet afschrikken.

Het populierenhaantje leeft op de populier en de wilg,

ook aanverwante soorten zoals ratelpopulier en zwarte populier.

Zowel de larve als kever leeft van de bladeren en bij voorkeur de frisse jonge blaadjes.

De kleur van de larve is wit tot witgeel met rijen ronde zwarte vlekjes over het hele lijf,

een cilindrische, rupsachtige vorm en een zwarte kop.

Ook de larve kan een smerige stof afscheiden en leeft vaak op de onderzijde van bladeren.

De volwassen kever overwintert om in april weer tevoorschijn te komen.

In grote delen van Europa is deze soort zeer algemeen.

 

Info : Wikipedia

 

Kleine zomervlinder – Hemithea aestivaria

 

Vanacht in de keuken gespot

De kleine zomervlinder is een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners,

en wordt ook kleine zomermeter genoemd.

De vlinder heeft een spanwijdte van 29 tot 34 millimeter.

Deze prachtig groene spanner valt meteen op door de geblokte randjes van de vleugels

De vliegtijd is van mei tot en met augustus.

De eieren komen laat in de zomer uit.

De rups, vertoont grote gelijkenis met een dor takje en worden zo’n 23mm

en zijn op zeer veel bomen en struiken te vinden.

De halfvolgroeide rups overwintert, in het voorjaar groeien ze verder.

Eenmaal volgroeid maken ze een cocon in de voedselplant tussen samengesponnen

blaadjes waarin ze verpoppen.

De kleine zomervlinder is een algemene vlinder in Nederland en België.


 

Ree in Meijendel

 

Op een vroege zaterdagochtend in Meijendel


 

Merel – Turdus merula

 

In bad.

Deze merel kiest altijd de kleinste schaal voor zijn bad.

Zodra er weer vers water inzit kan je op hem rekenen

 


 

Grasmus – Sylvia communis latham

 

Een ritje door Meijendel

Eindelijk weer naar Meijendel geweest ’s mogens om 06:45 vertrokken

En om 07:30 ontbijt in de duinen.

De vogels lieten zich goed horen maar niet zien, dus langzaam rijdend op naar

ons volgende plekje een pad richting strand.

Ook daar wel zingen (uitlachen misschien) want ze lieten zich niet zien.

Op ongeveer 800 meter van het strand was het eindelijk zover de Grasmus liet zich zien

Wel op grote afstand maar door de extra crop instelling van de camera

300mm is dan geen 450 maar 585 mm (kb)

2e foto was weer wat dichterbij, deze beantwoorde de zang van de 1e

alleen toen de camera op hen/haar gericht stond was het snaveltje dicht.

Meer info over de grasmus kan je vinden op mijn blog Juni 2015

https://franshoogstraten.wordpress.com/2015/06/11/grasmus-sylvia-communis-latham-in-het-buytenpark-zoetermeer/

 

 

Koekoek – Cuculus canorus

 

Koekoek

Je hoort hem vaak maar hij laat zich niet graag zien.

Maar met wat geduld met de kijker richtig geluid zoeken leverde deze foto op.

geen al te beste foto maar de afstand was erg groot en dan ook nog gekropt

dat is vragen om mindere kwaliteit.

Conclusie: je lens is altijd te kort 😉

 

Koekkoekshommel

 

Koekkoekshommel

Ben er niet helemaal zeker van dus weet je wie het wel is laat het even weten.

 

Regendruppels

 

Na een regenbuitje.

Camelia en kersenbloesem

Ook aprilletje zoet geeft wel eens een witte hoed.

Gelukkig is het nu nog niet zo behalve wat hagel en lage tempetratuur

valt er hier nu wat regen.

Maar na regen komt zonneschijn en is er wat te fotograferen.

 

Rietgors – Emberiza schoeniclusen en Rietzanger – Acrocephalus schoenobaenus

 

Rietgors

Deze Rietgors had het wel gezien met al die fotografen en ging er snel vandoor

toen ik als nummer zoveel probeerde hem te ‘schieten’.

 

Rietzanger

Door het wat koelere weer en de wind lieten de vogels het wat afweten

en bleven liever laag in het riet.

En daar sta je dan te wachten tot er eindelijk een tevoorschijn komt.

Maar zoals jullie zien hebben we niet voor niets gewacht.