Distelvink / Puttertje – Carduelis carduelis

 

Distelvink / Puttertje

Het Putterje is een zeer beroemde vogel want zijn portret kan je zien in het Mauritshuis.

Dit is in 1654 geschilderd door Carel Fabritius.

Een distelvink zit, met een ketting aan zijn pootje, op zijn voederbakje.

Distelvinken waren populair als huisdier, omdat je ze kon leren om met

een miniatuuremmertje water uit een bakje putten.

Vandaar dat ze puttertjes worden genoemd.

 

Het is één van de weinige werken van Fabritius, die bekend zijn.

Hij schilderde het puttertje met duidelijk zichtbare penseelstreken.

De vleugel gaf hij aan met dikke gele verf, waar hij met de

achterkant van zijn penseel een kras in zette.

Info: Het Mauritshuis

 


 

Advertenties

Dooiergele mestzwam – Bolbitius vitellinus

 

Ik kom er niet uit dus wie wet het

We zijn er uit met dank aan Klaproos (klik)

Het is de Dooiergele mestzwam

Zelf dacht ik in eerste instantie aan de groene knolamaniet maar na de boeken

en internet te hebben geraadpleegd wist ik het nog niet zeker.

Dus herken je hem dan hoor ik het graag.


 

Heggenmus – Prunella modularis

 

Heggenmus

De heggenmus heeft de naam zeer schuw te zijn maar

in het Buytenpark bleven er een paar zitten.

Helaas was dit wel op een flinke afstand waardoor ik ze niet kon fotograferen.

Na even wachten kwam deze nipt binnen bereik.

Klik op onderstaande link voor meer info.

https://franshoogstraten.wordpress.com/?s=heggen


 

Puntbijvlieg – Eristalis nemorum

 

Puntbijvlieg

Een ook in de tuin veel voorkomende zweefvlieg is de Puntbijvlieg.

Deze lijkt sprekend op de diverse andere soorten maar is het best te herkennen

aan het kleine donkere puntvormig vlekje in de vleugel (vlak bij de achterrand).

De puntbijvlieg is in heel Nederland zeer algemeen.

Karakteristiek voor deze soort is het baltsgedrag.

Mannetjes blijven soms minutenlang boven een vrouwtje zweven dat op een bloem zit

en volgen daarbij de beweging van de bloem in de wind.

Het komt regelmatig voor dat twee mannetjes boven een vrouwtje blijven zweven.

De wetenschappers gebruiken voor de Puntbijvlieg ook wel de naam

Eristalis interruptus.


 

Rechte koraalzwam – Ramaria stricta

 

Rechte koraalzwam

Bleke Oker tot vleeskleurige vleeszwam van 4 tot 10 cm. hoog en 3 tot 8 cm. breed.

Bij beschadiging roodbruin verkleurend, komt in Augustus t/m november voor

in loofbossen en minder in naaldbossen, op voedselrijke bodems,

in hoofdzaak op vermolmd hout, op liggende takken of stronken,

minder vaak op aarde maar ook wel aan de voet van helmgras in de duinen.

Bij jonge exemplaren zijn de topjes helder geel, later krijgen ze de zelfde

kleur als de rest van de takken.

Info: De grote paddenstoelengids voor onderweg.

 


 

Inktviszwammen – Clathrus archeri

 

Inktviszwammen

De inkviszwammen doen het erg goed dit jaar

ik heb er nog niet eerder zoveel gezien.

Het lijkt één krioelende massa het aantal weet ik niet precies

maar ik schat dat het er 30 a 35 zijn en nog niet alle

duivelseieren zijn uitgekomen.

 

 


Inktviszwam_0902_044.jpg

Kleine Rode Weekschildkever – Rhagonycha fulva

 

Rood soldaatje en blad met ???

Deze rode weekschildkever zat zoals je ziet op een blad met vreemde

rechtopstaande pukkels wie weet wat dit zijn

 

Meer info over de kleine rode weekschildkever vind je op:

https://franshoogstraten.wordpress.com/?s=kleine+rode

 


 

Stranduizendguldenkruid – Centaurium litorale

 

Stranduizendguldenkruid

 

Door zijn opvallende vorm en roze tot vleeskleurige bloemkleur is Strandduizendguldenkruid

uit de Gentiaanfamilie, een opvallende soort in de groene graslanden op zand en

in de jonge duinvalleien.

De een of tweejarige planten vormen een rozet waarmee ze kunnen overwinteren.

Uit de rozet komt een vierkantige stengel te voorschijn met vier smalle lijsten.

Naar boven toe vertakt de stengel zich als een bijscherm, zoals we dat

bij de plantensoorten uit de Anjerfamilie zien.

De kroonslippen van de vergroeide kroon zijn langer dan 0,5 cm.

De bladeren staan kruisgewijs aan de stengels en ze zijn lang en smal,

meestal hebben ze maar een nerf.

De onderste zijn hooguit 3-5 mm breed en hebben drie onduidelijke nerven.

Bij Echt duizendguldenkruid zijn de rozetbladeren wel 1-2 cm breed

en hebben 5 duidelijke nerven.

Met een goede loep zie je op de kelkslippen en de bloemsteel van het

Strandduizendguldenkruid talrijke fijne papillen.

Je vind de soort niet op het strand, maar in duinvalleinen die iets verder van zee afliggen.

Het is opvallend dat de soort van jaar tot jaar een beetje van plaats kan wisselen

als gevolg van het dynamische pioniermilieu.

Na de bloei kleuren de planten oranje.

Centaurium is afkomstig van een Griekse legende.

Volgens deze legende gebruikte de Centaur Chiron de plant als geneeskruid

en genas de wonden van Hercules.

Later werd de naam veranderd in centum auri, 100 goudstukken of 100 gulden,

als waardering van het kruid.

In het Nederland werd het getal met een 0 uitgebreid en werd zo 1000.

 


 

Klein springzaad – Impatiens parviflora

 

Klein springzaad

De rechte bloemtrossen staan schuin omhoog en bevatten vier tot tien bloemen.

De bloemen zijn bleekgeel tot geel en hebben geen vlekken.

Ze zijn inclusief spoor 0,6-1,8 cm ze staan rechtop en steken boven de bladeren uit.

De bloemen zijn tweeslachtig.

De kale stengels zijn al of niet vertakt.

De verspreid staande bladeren zijn langwerpig tot eirond, spits en scherp gezaagd.

Ze hebben knotsvormige klieren aan beide kanten van de voet van de bladsteel.

De bovenste bladeren zijn groter dan de onderste.

De vrucht is een doosvrucht en is 0,5-2 cm lang de vruchten zijn cilindervormig.

De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar) en

tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes)

Het is een eenjarige plant waarvan de peulen bij aanraking openspringen

en de zaden soms meters ver wegslingeren.

Bloeitijd is juni-oktober.

 

 

De groene gaasvlieg – Chrysoperla carnea

 

Groene gaasvlieg (goudoogje)

 

Wereldwijd zijn er ongeveer 1200 soorten gaasvliegen bekend,

waarvan er ongeveer 20 in België en Nederland voorkomen.

Regelmatig wordt een nieuwe soort ontdekt of wordt de indeling (taxonomie)

van de gaasvliegen aangepast aan recente inzichten.

De meeste soorten bereiken een lichaamslengte tot ongeveer twee centimeter

en een vleugelspanwijdte van ongeveer drie centimeter.

Alle soorten hebben verhoudingsgewijs grote en transparante vleugels met een

fijnmazige vleugeladering waaraan de Nederlandse te danken is.

Gaasvliegen bezitten relatief grote, bolle ogen die vaak een

metaalachtige glans hebben.

De volwassen gaasvliegen eten zowel bladluizen als nectar en stuifmeel.

De wormachtige larven leven voornamelijk van bladluizen.

Ze worden hierdoor gezien als zeer nuttige insecten.

Sommige soorten worden ingezet als biologisch bestrijdingsmiddel in kassen.

Info: Wikipedia.