Hoge Iso

 

400, 1000 en 1200 iso

De dagen worden korter het licht dus snel minder dus de camera

op hogere iso instellen.

Of zoals ik nu heb gedaan camera op auto iso met de instelling max.

waarde 1600 iso

Dat was ruim voldoende want daar kwam ik niet eens aan.

Belichting op M. 1/500 F.6.3 Lw. -0.3

de kraai 1/320 sec. F. 7.1 Lw -0.3

Foto van de Kraai 400 iso dat is niet echt hoog.

De Pimpelmees zat in de schaduw dus daar ging de iso flink omhoog,

1000 iso (foto 1) en 1200 Iso (foto 2)

Ruisonderdrukking heb ik bij deze foto’s niet gebruikt.

 

 

Advertenties

Gele bloemenkever – Cteniopus flavus

 

Gele bloemenkever

De gele bloemenkever (Cteniopus flavus) is een volledig gele kever,

die voorkomt op zonnige, zandige plaatsen, o.a.

in de duinen en op de Veluwe.

Hij is 7 tot 9 mm groot en komt voor van mei tot augustus.

Bloemenkevers lijken sprekend op loopkevers en komen

vaak als stuifmeeleters op schermbloemigen voor.

De larve lijkt op een meelworm en ontwikkelt zich op plantenwortels.

Info:soortenbank.nl

 


 

Landkaartje – Araschnia levana (1e en 2e generatie)

 

Landkaartje

 

Het bijzondere van het landkaartje is de verschil in kleur tussen de generaties

dit heet seizoensdimorfie.

De vlinders in mei zijn oranje van kleur aan de bovenzijde,

de volgende twee generaties zwart met een lichte baan over de vleugels.

Bij de tweede generatie is die meestal wit,.

maar bij de extra derde is deze baan vaak wat donkerder crème of oranje

De kleuren zijn variabel, want ook de oranje tekening op de

bovenzijde is soms prominent aanwezig en soms vrijwel niet.

Zonder dat oranje wordt een landkaartje nog wel eens verward met een kleine ijsvogelvlinder

maar deze is zeldzaam en komt alleen voor in vochtige loofbossen bovendien is dat

een juni-julivlinder die er in september normaal gesproken niet meer kan zijn.

 

Info: de Vlinderstichting

 

Visdief – Sterna hirundo

 

Visdief

Visdieven zijn koloniegewijs broedende vogels van de kust en

visrijke wateren in het binnenland.

Bij voorkeur broeden ze op eilandjes en andere voor grondpredatoren

moeilijk bereikbare plaatsen met een vrijwel kale tot grazige bodem.

Visdieven eten graag kleine rondvis, die meestal duikend bemachtigd wordt.

Visdiefjes waren tot midden twintigste eeuw talrijker dan nu.

Landelijk kwamen in goede jaren bijna 50.000 paren tot broeden.

Bij gebrek aan rondvis schakelen ze over op kleine platvis, garnalen, kikkervisjes etc.

‘Onze’ visdieven overwinteren langs de West-Afrikaanse kust, van Mauritanië tot Nigeria.

Net als bij verschillende andere sterns daalde de aantallen door lozing van

landbouwbestrijdingsmiddelen.

Het dieptepunt was rond 1965 toen bleven slechts 5000 paren over.

Het verbod op de funeste pesticiden zorgde voor een langzaam en gedeeltelijk herstel.

Sinds de eeuwwisseling nestelen er in goede jaren tot 20.000 paartjes in ons land.

Los van incidentele winterwaarnemingen verschijnen Visdiefjes vanaf eind maart.

De meeste voorjaarstrek vindt plaats tussen half april en eind mei.

Vanaf begin juli trekken weer groepen zuidwaarts, wat in augustus krachtig doorzet.

In de loop van september en begin oktober nemen de aantallen snel af.

 

Info: Sovon vogelonderzoek Nederland

 


 

Perentak – Phigalia pilosaria en Eikels

 

Perentak en eikels

Veel vlinders zijn heel herkenbaar maar naar deze spanner heb ik toch even moeten zoeken.

Want wie komt er nu op perentak ik zie er geen tak in maar de Nederlandse naam

verwijst naar de rups, die in rust wat op een boomtakjes lijkt.

De voorvleugellengte van het mannetje bedraagt tussen de 19 en 24 mm,

het vrouwtje is vleugelloos.

De vleugels zijn vaak lichtgrijs of groengrijs van kleur, met niet zo opvallende tekening.

De perentak gebruikt diverse loofbomen als waardplant, met name de eik.

De pop overwintert het eerste deel van de winter.

De soort komt verspreid over Europa, en van Klein-Azië tot aan de Kaukasus voor.

De perentak is in Nederland een algemene en in België een vrij algemene soort,

die verspreid over het hele gebied kan worden gezien.

 

 

 

Op de vergroting zag ik in de boom eikels geklemd zitten.

Dit zal wel door een Vlaamse gaai zijn gedaan die deze boom

als bankschroef gebruikte om de eikels te kloven.

 


 

Aalscholver – Phalacrocorax carbo

 

Aalscholver

De aalscholver is een onmiskenbare en typisch Nederlandse vogel,

die alleen met de kuifaalscholver verward kan worden.

De kuifaalscholver is in Nederland veel zeldzamer en

laat zich bijna nooit ver van de kust zien.

Tijdens het zwemmen ligt de vogel diep in het water,

terwijl de kop schuin omhoog gehouden wordt.

Het voedsel van de aalscholver bestaat vrijwel alleen uit vis,

die de vogel duikend onder water vangt.

De vogel heeft geen waterdicht verenkleed en wordt bij het duiken tot op de huid nat.

Voordat de aalscholver na het duiken terug naar het nest vliegt,

laat de vogel de vleugels eerst drogen door met gespreide vleugels

op een hoger gelegen plek te gaan staan.

 


 

Vink – Fringilla coelebs

de Vink

Vinken hebben een korte, kegelvormige snavel. scheiden.

Het mannetje heeft in broedkleed een blauwgrijs petje, een oranjerode borst en wangen.

De staartveren zijn zwart, behalve de buitenste staartpennen die zijn wit.

Het vrouwtje is minder opvallend en wordt nog wel eens aangezien voor een vrouwtjes mus.

Het meest opvallende kenmerk van de vink zijn de twee witte vleugelstrepen.

Dat is ook waarmee u de vrouw het best van een mus kunt onderscheiden.

 

Jonge groenling – Chloris chloris

 

Jonge Groenling

In de tuin zijn de meeste vinken en groenlingen weer naar de bossen

dus is het rustig in de tuin.

Maar een enkele laat zich zo af en toe even zien zoals deze Jonge groenling.

 

In het Buytenpark

 

Larve Lieve Heersbeestje

 

 

Honingbij – Apis mellifera

 

Honingbij op distel

De honingbij is de bekendste bijensoort vanwege het algemene voorkomen

en de grote aantallen exemplaren.

De honingbij wordt gewaardeerd door de mens vanwege de belangrijke rol

als bestuiver van vele plantensoorten en fruitbomen.

De honingbij wordt door mensen op grote schaal in kunstmatige bijenkorven gehuisvest

voor productiedoeleinden.

De honingbij wordt echter ook bedreigd door de mens en vele bijenvolken zijn verdwenen.

Belangrijke oorzaken zijn verschillende vermoedelijk bijenparasieten en insecticiden.

Omdat de honingbij een van de best bestudeerde insecten is veel bekend over

het complexe gedrag en het al even complexe kliersysteem dat daarbij een rol speelt.

De honingbij is niet de enige bestuiver, maar vanwege het wereldwijde voorkomen

en de grote aantallen is de honingbij wel een van de belangrijkste bestuivers.

 

Veel meer over bijen kan je vinden op: www.bijenlint.nl